Duurzame biologische rundveehouderij, het kan!

29.05.2017
Koe Herkenrode © Frank Toussaint
Pieter Coopmans, de boer van Herkenrode, met zijn biokoeien.

In de huidige maatschappelijke discussie over de klimaatimpact van vlees wordt vooral rundvlees vaak erg negatief beoordeeld. Maar is dat wel terecht? Vlees van met gras gevoerde runderen kan je niet over dezelfde kam scheren als vlees afkomstig van de intensieve veehouderij. Bioboeren brengen het aantal runderen in overeenstemming met de beschikbare grond en laten hen grazen op gronden waarop geen eten voor mensen geteeld kan worden. Zo doen biologische rundveehouders aan slim grondgebruik en realiseren ze een duurzame veehouderij én dus ook een duurzaam stukje vlees.


Tijd voor nuance

Het lijkt tegenwoordig een mantra te zijn dat vlees per definitie slecht is voor milieu en klimaat en dat vegetarisme de enige weg is naar voedselzekerheid wereldwijd. Die negatieve meningen verwijzen naar het grote waterverbruik van veeteelt, naar het grote landgebruik voor de teelt van het voer, naar de grote hoeveelheid plantaardig eiwit die gevoerd moet worden aan de dieren in verhouding tot de beperkte hoeveelheid dierlijk eiwit die de dieren aanleveren (‘eiwitconversie’) en tot slot naar de methaanuitstoot van runderen.

Wij denken dat het tijd is voor enige nuance. Wij zijn het volmondig eens dat een intensieve veehouderij meer kwaad dan goed doet. Maar het lijkt ons niet correct om elke vorm van veehouderij te verdoemen. Vooral de rundveehouderij moet het naar onze mening onterecht sterk ontgelden. Terwijl de rundveehouderij een sterke troef kan zijn voor een evenwichtige duurzame landbouw en een aanvulling kan leveren aan een verder overwegend plantaardig voedselpatroon.

Gras omzetten in voedsel

Ook andere stemmen trachten nuancering in het debat te brengen (lees bv. Waarom we nog steeds vlees eten en hoe we dat kunnen veranderen van Evert Nieuwenhuis) en stellen de negatieve beoordeling van de klimaatimpact van runderen in vraag. Je moet immers de manier waarop een rund wordt gehouden mee in rekening brengen.

Runderen kunnen gras eten – en gras is iets wat een mens niet kan verteren. Dat maakt runderen tot prima partners om gebieden die niet geschikt zijn voor menselijke voedselproductie (bv. natuurgebieden, valleien, …) toch voor voedselproductie te laten renderen. Anders gezegd: koeien die op grasland of in een natuurgebied grazen, zetten gras om in een voor de mens eetbaar product en leveren een bijdrage aan de voedselproductie die in een strikt vegetarische of veganistische visie verloren gaat.

Dat is precies wat de Vlaamse biologische rundveehouders realiseren: gebruik maken van natuurgebieden, ‘minderwaardige’ graslanden en reststromen (aardappelen, wortelen,...) uit de biologische akkerbouw. Biologische veehouders zijn daarom eigenlijk echte kringloopsluiters.

Tegelijkertijd reduceren ze hun kosten. Ze doen aan ‘upcycling’: gebieden en grondstoffen die niet voor menselijke consumptie geschikt zijn, verwerken zij via het vee tot kwaliteitsvol vlees. De Vlaamse biologische vleesveehouders streven er ook zoveel mogelijk naar om geen grond in te nemen die ook voor direct menselijke consumptie kan gebruikt worden.


Koeien van de Natlandhoeve in St-Truiden

Minder dieren, minder methaan

Dieren die voornamelijk groeien op grasland – zoals in de biologische veeteelt – worden per definitie gehouden in kleinere groepen per hectare. Voor de biologische veehouderij is het principe van de grondgebondenheid zelfs ingebed in de wetgeving: de wetgever bepaalt hoeveel dieren een veehouder mag houden per hectare. Daardoor daalt ook automatisch de methaanuitstoot van de veestapel.

Extra voedselvoorziening

Slimme veehouderpraktijken kunnen dus voor extra voedselvoorziening zorgen. Extra, dat wil zeggen: bovenop de productie van gewassen op de beste landbouwgronden. Dat geldt hier in België waar behoorlijk wat grond ongeschikt is voor akker- of tuinbouw, maar ook in de rest van de wereld. Overal waar een plantaardige productie nagenoeg onmogelijk is, is het interessant om te bekijken of veehouderij wél kan. Denk aan bergachtige streken in Europa, of aan percelen met een rotsachtige ondergrond, of aan zeer droge gebieden in Afrika. Vaak is in dergelijke gebieden door de eeuwen heen een semi-sedentaire veehouderij of een herderspopulatie ontstaan. In deze gebieden trekken veehouders permanent met hun vee rond in een grote regio of verhuizen ze hun vee volgens de seizoenen van dal naar bergflank en weer terug.

Deze herders en veehouders voorzien niet alleen in voedsel, maar dragen ook bij aan het in stand houden van de vegetatie en de biodiversiteit. Grazende dieren stimuleren immers de groei van planten en voeden via hun mest de bodem. Zo bekeken is de veehouder geen boeman maar een natuurbeschermer!

Meer en meer komt ook de meerwaarde van permanent grasland in de kijker: grasland kan een grote hoeveelheid koolstof opslaan in de bodem en dus uit de atmosfeer halen. Dat is een slimme rem op de huidige klimaatwijziging. En welk dier gedijt prima op grasland...? Precies! Als we permanente graslanden behouden en we een beperkt aantal runderen op deze graslanden laten grazen, dan zijn we onze veehouderij op een slimme manier aan het inpassen in onze maatschappij.

Efficiënt grondgebruik, dat is de sleutel

Veeteelt of niet, dat lijkt de inzet van het maatschappelijk debat. Maar zoals je hierboven al kan lezen, is het eerder: waar en hoeveel?

Hannah van Zanten promoveerde aan de Universiteit van Wageningen op de vraag hoe veeteelt duurzamer kan. Haar proefschrift concludeert dat veeteelt geen bedreiging is voor milieu of klimaat, maar juist kan bijdragen aan een duurzame voedselvoorziening. Van Zanten draaide de vraag om: niet de meest efficiënte eiwitconversie moet de heilige graal zijn, maar de meest efficiënte inzet van landbouwgrond. ‘Kijk niet naar de hoogste productiviteit per dier’, zegt Van Zanten, ‘maar naar het voeden van zo veel mogelijk mensen per hectare.’

Anders gezegd: een duurzame veeteelt is welkom om de beschikbare grond zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Waar groenten en granen niet kunnen groeien, is veeteelt vaak wél een optie.

5 redenen om bio te kiezen

Lekker puur

Groenten uit volle grond, dieren die vrij naar buiten kunnen, brood dat de tijd krijgt om te rijzen. Biologische producten zijn puur en vol van smaak. Ze bekoren door hun kwaliteit en authenticiteit. Dat proef je!

Gezond genieten

Biologische producten zijn de vrucht van een zorgvuldig proces dat start bij een vruchtbare bodem of een gezond dier. Bij de verwerking van biovoeding zijn enkel een beperkt aantal natuurlijke additieven en toepassingen toegelaten. Zo leidt bio tot producten met een zuivere samenstelling en hoge voedingswaarde.

Goed voor het milieu

Met vruchtwisseling, natuurlijke bemesting en biologische bestrijding zorgt de bioboer voor een veerkrachtig ecosysteem dat ons allemaal ten goede komt: proper grondwater, bescherming tegen overstroming, tegengaan van klimaatverandering, natuurlijke beheersing van plagen… Bio gebruikt geen kunstmest, chemische pesticiden of ggo’s.

Vriendelijk voor dieren

Biologische dieren eten voedzaam biologisch voer en krijgen de tijd om te groeien in een ruime zonverlichte stal waar ze vrij naar buiten kunnen. Een biologische veeteler kiest zijn rassen zorgvuldig om het gebruik van geneesmiddelen maximaal te beperken. De dieren - en consumenten - varen er wel bij.

100% toekomst

Een agro-ecologische aanpak biedt ons de beste garantie om de wereld te voeden, zonder de draagkracht van de aarde te overschrijden. Wie bio kiest, streeft naar een toekomst met tevreden boeren, rijke oogsten en gezonde mensen. Vandaag en morgen, voor iedereen.