​Nieuwe voedingsdriehoek is pluim voor de biosector

28.09.2017
Zonnekouter © Kobe Van Looveren
Winkel van biobedrijf De Zonnekouter

Het Vlaams Instituut Gezond Leven stelde vorige week een nieuwe, op zijn kop gezette voedingsdriehoek voor. De meningen zijn verdeeld. De ene foetert, de andere looft. Voor de biosector lijkt deze nieuwe voedingsdriehoek niet meer of minder dan een pluim. Net als de biosector pleit Gezond Leven voor meer plantaardig en minder dierlijk, voor minder verspilling en een langetermijnvisie.


Het Vlaams Instituut Gezond Leven heeft de nieuwe voedingsdriehoek op zijn kop gezet. Zo gaat de meeste aandacht meteen naar die producten waarvan we méér moeten eten: groente, fruit, volkoren graanproducten, peulvruchten, noten en zaden, en onverzadigde oliën en vetten. In de punt onderaan bengelt datgene wat we minder moeten eten: vlees en verzadigde oliën en vetten.

Het instituut durft het bovendien aan om een aantal producten duidelijk buiten de driehoek te plaatsen, zoals sterk bewerkte voedingsmiddelen. Die worden gezien als overbodig en liever te vermijden.

Het Instituut vraagt tot slot om verspilling tegen te gaan met het oog op genoeg gezond voedsel voor de toekomstige generaties. Opnieuw een moedig pleidooi en een impliciete vraag naar een duurzamere manier om voedsel te produceren en consumeren.

Voedingsdriehoek

Duurzaamheid op kop

De biosector kan zich grotendeels goed vinden in deze nieuwe voedingsrichtlijnen. Zo zijn we blij dat de voedingsdriehoek duurzaamheid vooropstelt en een langetermijnvisie uitdraagt. Duurzaamheid zit gebeiteld in de vier principes van de biosector: Gezondheid, Ecologie, Billijkheid en Zorg. De biosector streeft expliciet naar een landbouwmethode die een gezonde voedselproductie mogelijk maakt, nu en in de toekomst. Voedselverspilling vermijden hoort daar bij.

Net als het instituut pleit de biosector voor meer plantaardige en minder dierlijke voeding. Dat pleidooi vloeit ook voort uit logische ecologische keuzes: duurzame en diervriendelijke melk of vlees vergen een grondgebonden veehouderij, en dus grond. Als we iedereen nu en in de toekomst willen voeden, dan moet ook deze grondgebonden veehouderij beperkt worden en maximaal gebruik maken van minderwaardige gronden die niet geschikt zijn voor teelten. Zo'n veehouderij levert dan een aanvulling op een overwegend plantaardig dieet en vormt zeker niet de hoofdmoot van het dagelijkse bord. Daarom pleit de biosector voor minder maar beter vlees.

Strenge eisen voor verwerking

Ook looft de biosector de stap om sterk bewerkte producten niet op te nemen in de voedingsdriehoek. Bioverwerkende voedingsbedrijven krijgen extra normen opgelegd. Zo mogen grondstoffen niet sterk bewerkt worden in bio. Verschillende additieven, hulpstoffen en technieken die wel zijn toegelaten in de gangbare voedingsindustrie mogen niet gebruikt worden in biologische voedingswaren. Voor vleeswaren stelt de biowetgeving bijvoorbeeld strengere eisen voor nitriet. Plantaardige oliën zijn in bio per definitie van hoge kwaliteit want ze worden altijd geproduceerd door mechanische persing; andere technieken, zoals extractie met behulp van chemische hulpstoffen, zijn niet toegelaten.

De voedingsdriehoek zou volgens ons nog meer kunnen ingaan op de kwaliteit van voedingswaren. Want voor bio is kwaliteit een kernbegrip. Dit vloeit voort uit de verschillende normen die gevolgd worden voor bioproducen. Kortom, de biosector vaart de juiste koers met de visie waarmee ze al decennialang voedsel produceert!

Biowinkels: partners in gezonde voeding

Uit onderzoek blijkt trouwens dat doorsnee bioconsumenten gezondere keuzes maken en deze nieuwe voedingsdriehoek al toepassen. Niet zo verwonderlijk als je een kijkje neemt in een typische biowinkel: biowinkels bieden voedingswaren aan die het makkelijker maken om voor een gezond voedselpatroon te kiezen. Je vindt er bij uitstek veel verschillende groente en fruit, voornamelijk volkorenbrood, een groot scala aan volkoren graanproducten, diverse soorten noten en pitten, een ruime keuze aan weinig bewerkte plantaardige voedingswaren, een beperkt aanbod kwaliteitsvol vlees en (opnieuw) weinig bewerkte vleeswaren en weinig snoep of frisdrank. Anders gezegd: de biowinkelier helpt consumenten om gezonde keuzes te maken. Een pluim voor de hele biosector!

Zoek een biopunt in je buurt!

5 redenen om bio te kiezen

Lekker puur

Groenten uit volle grond, dieren die vrij naar buiten kunnen, brood dat de tijd krijgt om te rijzen. Biologische producten zijn puur en vol van smaak. Ze bekoren door hun kwaliteit en authenticiteit. Dat proef je!

Gezond genieten

Biologische producten zijn de vrucht van een zorgvuldig proces dat start bij een vruchtbare bodem of een gezond dier. Bij de verwerking van biovoeding zijn enkel een beperkt aantal natuurlijke additieven en toepassingen toegelaten. Zo leidt bio tot producten met een zuivere samenstelling en hoge voedingswaarde.

Goed voor het milieu

Met vruchtwisseling, natuurlijke bemesting en biologische bestrijding zorgt de bioboer voor een veerkrachtig ecosysteem dat ons allemaal ten goede komt: proper grondwater, bescherming tegen overstroming, tegengaan van klimaatverandering, natuurlijke beheersing van plagen… Bio gebruikt geen kunstmest, chemische pesticiden of ggo’s.

Vriendelijk voor dieren

Biologische dieren eten voedzaam biologisch voer en krijgen de tijd om te groeien in een ruime zonverlichte stal waar ze vrij naar buiten kunnen. Een biologische veeteler kiest zijn rassen zorgvuldig om het gebruik van geneesmiddelen maximaal te beperken. De dieren - en consumenten - varen er wel bij.

100% toekomst

Een agro-ecologische aanpak biedt ons de beste garantie om de wereld te voeden, zonder de draagkracht van de aarde te overschrijden. Wie bio kiest, streeft naar een toekomst met tevreden boeren, rijke oogsten en gezonde mensen. Vandaag en morgen, voor iedereen.