'Duurzame veeteelt bereik je niet met dure stallen'

15.04.2016
Rs10397 De Zwaluw 1 Lpr © Kjell Gryspeert bij bioboerderij De Zwaluw

Veeteelt wordt vaak beschouwd als een van de boosdoeners als het gaat om de klimaatverandering. BioForum Vlaanderen is van mening dat veeteelt an sich niet het probleem is, maar eerder de manier waarop er vandaag aan veeteelt wordt gedaan. Duurzame veeteelt bereik je niet met dure stallen, maar met grondgebonden landbouw.


De Vlaamse klimaattop doet de koppen buigen over het klimaatprobleem in eigen streek, waarbij de landbouw niet vrijuit gaat. In de discussie over methaanuitstoot door koeien, wordt het veeteeltsysteem waarin runderen worden gehouden op een onwetenschappelijke manier genegeerd, vindt BioForum Vlaanderen.

De koe op de Argentijnse pampa, de Ankole in Rwanda, de Simmenthaler op een Alpenwei: allemaal worden ze over dezelfde kam geschoren als als runderen die permanent op stal worden gehouden. Op geen enkele manier wordt de uitstoot van koeien in hun eigen context bekeken, en dat terwijl het landbouwsysteem waarin een koe produceert juist van cruciaal belang is.

'Een duurzaam veeteeltsysteem veroorzaakt geen netto-uitstoot van broeikasgassen'

Netto-uitstoot

Bij een niet-industriële, niet-geïntensiveerde veeteelt is de uitstoot van methaangas door herkauwers geen probleem. Een duurzaam veeteeltsysteem veroorzaakt immers geen netto-uitstoot van broeikasgassen. De methaanuitstoot van runderen die permanent op stal staan, zorgt voor een netto-toename van broeikasgassen in de atmosfeer. Runderen met buitenloop die op een grondgebonden boerderij worden gehouden, zorgen niet voor deze netto-toename van broeikasgassen.

Rs14703 Img 2822 Scr © Tim Vandewiele bij bioboerderij Vanroye-Coopmans

Grondgebondenheid is beter

Maar wat is een duurzaam veeteeltsysteem? Twee principes spelen hier een essentiële rol: grazen en grondgebondenheid. Grondgebondenheid betekent: maar zoveel dieren per hectare houden als die hectare aankan.

Die principes maken een wereld van verschil. Door de veestapel grondgebonden te houden, blijft ook de mestproductie beperkt. De mest voedt de bodem in plaats van hem te belasten en veroorzaakt geen broeikasgassen door lokale overproductie.

'Het betekent: maar zoveel dieren per hectare houden als die hectare aankan'

Grazen doet koolstof opslaan

En wat grazers betreft: het grasland waarop de dieren grazen, doet dienst als opslagplaats voor koolstof. Onder het gras wordt het bodemleven gevoed door de aanvoer van mest. Dat betekent extra koolstofopslag in de bodem. Bovendien zorgt het bodemleven voor meer humus in de bodem, waardoor het gras makkelijker groeit, CO2 uit de lucht vangt en koolstof vastzet in plantaardig materiaal. Door hun manier van grazen bevorderen runderen dat proces: ze snoeien de planten. Dat snoeien stimuleert opnieuw de groei van de plant en brengt het zonlicht tot aan de kleinere plantjes. Meer groei, meer koolstof in de plant, minder CO2 in de lucht.

'Grazend vee haalt koolstof uit de lucht en zorgt voor een gezonde bodem'
Rs14692 Img 2786 Scr © Tim Vandewiele bij bioboerderij Vanroye-Coopmans

Extra voordelen

Deze manier van werken levert nog meer voordelen op: minder bodemerosie, meer biodiversiteit, een hoger waterbergend vermogen, een betere droogteresistentie, een betere vetzuursamenstelling van de melk…

Een duurzaam veeteeltsysteem bereik je dus niet met dure stallen, maar met een grongebonden landbouw. In de discussie rond de klimaatimpact vergeten we gelinkte factoren die zwaar doorwegen op het klimaat. Kunstmest bijvoorbeeld, dat overal gebruikt wordt, vergt veel fossiele brandstoffen voor de aanmaak. Veevoeder dat van ver moet komen, vergt veel uitstoot, net als het transport van dieren en vlees. Kijken naar het totaalsysteem brengt wetenschappelijk correcter inzicht.

Veeteelt: minder maar beter

Minder vlees en melk, maar van betere kwaliteit van dichtbij tegen een eerlijke prijs. Dat is de piste die we moeten bewandelen. Dat levert stevige winst op voor het klimaat, het milieu, het dier, de boer, onze maatschappij en last but not least de consument zelf.

Bron: BioForum Vlaanderen vzw