Is biolandbouw beter voor het klimaat?

De landbouw wereldwijd is niet alleen een van de oorzaken van de klimaatopwarming, maar draagt ook zware gevolgen.

De biologische landbouw kan helpen om de klimaatverandering af te remmen én bezit troeven om zich aan te passen. Door de bodem gezond te houden, zorgt de biologische landbouw ervoor dat meer koolstof in de bodem opgeslagen wordt en blijft. Bovendien wijst bio kunstmest af, waarmee de sector een grote bron van broeikasgas vermijdt. Tot slot beperkt bio het aantal dieren per hectare en verplicht het veehouders hun runderen te laten grazen. Al deze maatregelen zetten een rem op de opwarming van de aarde.

Tegelijk is biologische landbouw beter gewapend tegen de gevolgen van de klimaatverandering. De grotere genetische diversiteit in bio laat toe makkelijker in te spelen op toekomstige plagen. De humusrijke bodems geven de biologische landbouw meer veerkracht zowel ten aanzien van plagen als van droogte en overmatige neerslag.

Intensieve landbouw beïnvloedt klimaat negatief

Landbouw is wereldwijd verantwoordelijk voor meer dan tien procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Volgens Europa zijn daar twee oorzaken voor: de uitstoot van methaan in de veehouderij enerzijds en de uitstoot van distikstofoxide (lachgas), dat ontstaat bij de productie van kunstmeststoffen. Beide broeikasgassen leiden tot de opwarming van de aarde.

De landbouw is tegelijkertijd een van de sectoren die de gevolgen van de opwarming het sterk zal voelen. Landbouw is immers erg afhankelijk van de weersomstandigheden: veranderende temperaturen en meer of minder neerslag zullen de oogst in verschillende regio’s wereldwijd doen dalen of toenemen.

De landbouw zal er dus enerzijds voor moeten zorgen dat zijn uitstoot van broeikasgassen vermindert, en zich anderzijds moeten aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering. De wetenschappelijke wereld noemt dat respectievelijk mitigatie en adaptatie.

In beide gevallen kan biologische landbouw een oplossing zijn. Dat blijkt onder meer uit onderzoek van het Amerikaanse Rodale Institute, dat al decennia vergelijkend onderzoek doet tussen enerzijds gangbare landbouw - die gebruik maakt van kunstmeststoffen, pesticiden en monocultuur -, en anderzijds biologische landbouw. Ook het FAO bevestigt het grote potentieel van de biologische landbouw.


Kunstmest vs. organische mest

Bio vermijdt klimaatonvriendelijke kunstmest

Wat kunstmeststoffen betreft, kunnen we kort zijn: die zijn in de biologische landbouw niet toegelaten. Een bioboer houdt zijn bodem gezond en vruchtbaar met stalmest, compost en slimme landbouwpraktijken. De biologische landbouw is dus niet medeverantwoordelijk voor de uitstoot van het lachgas dat vrij komt bij de productie van kunstmeststof. Bedenk dat de Europese Unie in 2012 bijna 14 miljoen ton kunstmest gebruikte (bron: Eurostat). Wereldwijd groeit het gebruik van kunstmest jaar na jaar; het FAO verwacht dat in 2018 de kaap van 200 miljoen ton kunstmest zal overschreden worden.

Een Brits onderzoek van maart 2017 berekende dat in het totale productieproces van een gangbaar brood van veld tot bakker, het gebruik van kunstmest alleen verantwoordelijk is voor 40% van de totale uitstoot. Het loont dus om niet alleen voedingswaren op zich te beoordelen maar ook de productiewijze (gangbaar dan wel biologisch) in rekening te brengen.

Humusrijke bodem? Minder CO2!

Ook op de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer heeft bio een antwoord: de bodem. In de biologische landbouw is het gezond houden van de bodem erg belangrijk (zie ook "Waarom en hoe zorgt een bioboer goed voor zijn bodem?") en van die aanpak plukt het klimaat de vruchten. Een gezonde bodem met een goede bodemstructuur houdt koolstof vast. Die gaat dus niet de lucht in als CO2. Dit filmpje maakt de kringloop van koolstof heel helder.

Het Rodale Institute acht het potentieel van koolstofopslag in de bodem zeer hoog: meer dan 100% van de jaarlijkse CO2-uitstoot kan opgeslagen worden mits de landbouw wereldwijd omschakelt naar goedkope - en dus voor iedereen toegankelijke - managementpraktijken, zoals die ook in bio worden toegepast. Daarom spreekt de instelling van een ‘herstellende landbouw’.

Ook het FAO (Organic agriculture and climate change, 2010) bevestigt het grote potentieel van de biologische landbouw om koolstof in de bodem op te slagen. Verder onderzoek moet het potentieel becijferen en bevestigen.



Koeien Kvl

Beperkt aantal grazende dieren voor minder uitstoot

De Westerse intensieve veehouderij heeft een negatieve impact op het klimaat, onder meer omdat dieren meer en meer op stal blijven. Ook hier kan de biologische aanpak soelaas bieden zegt een studie van Murphy van Oregon State University.

Grasland houdt koolstof vast in de bodem. Door hun manier van grazen, snoeien runderen de planten. Dat snoeien stimuleert de groei van de plant en brengt het zonlicht tot aan de kleinere plantjes. Dankzij de fotosynthese van de planten wordt CO2 uit de lucht in de plant vastgelegd: hoe meer groei, hoe minder CO2. Tegelijkertijd vormen de uitwerpselen van de dieren waardevol organisch materiaal voor de bodem, waardoor het bodemleven gevoed wordt en ook in de bodem meer koolstof wordt opgeslagen.

In bio moeten koeien buiten kunnen grazen, en daarvoor is grasland nodig. Meer grasland dan in gangbaar, want de biosector zet via wettelijke normen een rem op de veestapel. Te veel dieren per hectare leidt immers tot overbegrazing, bodemerosie en vervuiling door mestoverschot. Precies het omgekeerde van wat we willen bereiken. In de biologische landbouw geldt daarom het principe van grondgebondenheid: de hoeveelheid land en de hoeveelheid dieren zijn mooi met elkaar in evenwicht. Zo blijft de impact beperkt.


Grotere biodiversiteit is troef

De gevolgen van de klimaatverandering zijn niet min: we moeten ons verwachten aan meer of minder neerslag, andere en extremere temperaturen, afhankelijk van de regio. En laat landbouwopbrengsten nu net beïnvloed worden door onder meer temperatuur en neerslag.

Biologische landbouw is geen wondermiddel maar heeft wel veel potentieel om een veerkrachtig antwoord te bieden op de veranderingen waar we voor staan. De biologische landbouw zet in op een grote biodiversiteit: we streven naar een grote variëteit aan (robuuste) rassen en soorten, zowel bij de gewassen die we telen als bij de dieren die we kweken. Deze genetische diversiteit zorgt ervoor dat een grotere variëteit aan eigenschappen bewaard blijven. Eigenschappen die mogelijk vroeg of laat nodig zullen zijn om het hoofd te bieden aan nieuwe omstandigheden of plagen.

Er schuilt met andere woorden een groot risico in het wereldwijd promoten van een zeer beperkt aantal rassen en in het ontwikkelen van rassen in een laboratorium, weg van de reële en zeer diverse omstandigheden wereldwijd - beide zijn praktijken die bij ggo-gewassen in het extreme worden doorgevoerd. Mede daarom verwerpt de biologische sector ggo’s en pleiten we voor een grote diversiteit aan rassen.

Positief voor bio is ook de grotere biodiversiteit op en rond het landbouwbedrijf. Deze biodiversiteit versterkt het ecosysteem waarin de boer werkt en draagt bij tot een grotere veerkracht.



Bio Mijn Natuur - Kollebloem - Veld © KVL/Creative Nature bij bioboerderij De Kollebloem

Gezonde bodem helpt

Ook de zorg voor de bodem van de bioboer, loont. Een vruchtbare bodem vol humus kan zowel excessieve regenval als droogte beter aan. Bij te veel water blijkt een gezonde bodem het water makkelijker af te voeren, bij te weinig water houdt een gezonde bodem het water juist beschikbaar voor de gewassen.

Bronnen:

5 redenen om bio te kiezen

Lekker puur

Groenten uit volle grond, dieren die vrij naar buiten kunnen, brood dat de tijd krijgt om te rijzen. Biologische producten zijn puur en vol van smaak. Ze bekoren door hun kwaliteit en authenticiteit. Dat proef je!

Gezond genieten

Biologische producten zijn de vrucht van een zorgvuldig proces dat start bij een vruchtbare bodem of een gezond dier. Bij de verwerking van biovoeding zijn enkel een beperkt aantal natuurlijke additieven en toepassingen toegelaten. Zo leidt bio tot producten met een zuivere samenstelling en hoge voedingswaarde.

Goed voor het milieu

Met vruchtwisseling, natuurlijke bemesting en biologische bestrijding zorgt de bioboer voor een veerkrachtig ecosysteem dat ons allemaal ten goede komt: proper grondwater, bescherming tegen overstroming, tegengaan van klimaatverandering, natuurlijke beheersing van plagen… Bio gebruikt geen kunstmest, chemische pesticiden of ggo’s.

Vriendelijk voor dieren

Biologische dieren eten voedzaam biologisch voer en krijgen de tijd om te groeien in een ruime zonverlichte stal waar ze vrij naar buiten kunnen. Een biologische veeteler kiest zijn rassen zorgvuldig om het gebruik van geneesmiddelen maximaal te beperken. De dieren - en consumenten - varen er wel bij.

100% toekomst

Een agro-ecologische aanpak biedt ons de beste garantie om de wereld te voeden, zonder de draagkracht van de aarde te overschrijden. Wie bio kiest, streeft naar een toekomst met tevreden boeren, rijke oogsten en gezonde mensen. Vandaag en morgen, voor iedereen.